back box back box
 

Zoek op reiscode

 
back box back box
back box back box
 

Zoek op land

 
back box back box
back box back box
 
Tips voor wielrenners

Zadel en stuur afstand · Pedalen en positie · Bandenkeus · Versnellingen · Kleding · Stuur vasthouden · Houding op de fiets · Trapfrequentie · In een groep fietsen · Gezondheid · Rusten · Hartslag · Voorbereiding · Schoonmaken · Vervangen

Zadel en stuur afstand
U gaat een uitdagende sportieve reis maken? Dan is de race/sport fiets een logische fiets. Waar u zich nu mee bezig moet houden is hoe de fiets perfect wordt afgestemd op uw lichaamsbouw. U wordt opgemeten en met die gegevens kan de fiets op de juiste manier worden afgesteld.
U kunt namelijk niet op iedere wilkeurige fiets springen. Dat kan blessures veroorzaken. Een zadel dat niet goed staat kan al slecht zijn. Als het zadel te hoog staat, heeft u meer moeite om bij te trappers te komen. Dit zorgt ervoor dat u met het zitvlak over het zadel schuift, waardoor u zadelpijn kan krijgen. Dat wil zeggen dat u niet meer prettig op uw zadel kan zitten door irritatie in het zitvlak. In het ergste geval kunt u helemaal niet meer zitten van de pijn.Een zadel dat te laag staat kan spierpijn veroorzaken doordat de benen niet goed een strekkende beweging kunnen maken. Het zadel kan ook te ver naar voren of te ver naar achteren staan. Als het zadel te ver naar achteren staat, maakt u geen natuurlijke fietsbeweging waardoor u uw spieren verkeerd kunt overbelasten. Ook als het zadel te ver naar voren staat kan voor problemen zorgen. Uw knie moet dan te ver gebogen zijn waardoor u knie klachten kunt krijgen. Als u uw zadel laag en naar voren hebt staan, heeft u grote kans dat uw pezen in uw knie overbelast raken. Dit is een hele vervelende blessure waar u buiten het fietsen ook last van kunt hebben.

Het stuur
Het stuur moet ook aan een aantal eisen voldoen. Ook het stuur moet op een bepaalde afstand staan. Een stuur dat verkeer is afgesteld kan rug en nekklachten veroorzaken. Waar u ook op moet letten is dat het zadel niet meer dan 10cm boven het stuur uitsteekt. Dit kan bij mannen namelijk tot incontinentie leiden. Het is dus belangrijk dat het stuur en het zadel op de juiste manier worden versteld en op elkaar afgestemd.U kunt u laten opmeten bij de meeste fietsenwinkels. Als u zeker wilt weten dat u goed en betrouwbaar gemeten wordt kunt u langs komen op ons kantoor in Amsterdam. Wij hebben hier de nieuwste Shimano Bikefitting apparatuur staan. Wij meten u hier graag op. Op reis kunt u ook zelf kijken of alles nog redelijk is afgesteld. Hier zijn namelijk een aantal vuistregels voor. Zadelhoogte kunt u controleren door op uw zadel te zitten en een kant van de trappers onderop te zetten. U zet de bal van uw voet horizontaal op de trapper. Het is de bedoeling dat uw knie lichtelijk gebogen staat.De afstand naar uw stuur kunt u schatten door uw onderarm tussen het zadel en het stuur te zetten. Het is dan de bedoeling dat uw elleboog tegen de punt van uw zadel staat. Uw vingertoppen moeten dan bij het begin van uw stuur komen.

Let op!
Op deze manier meten is niet geheel nauwkeurig. Het geeft u slechts een kleine indicatie. Voor een goede meting kunt u dus bij ons langs komen.
Voor meer informatie over de Shimano Bikefitting kunt u terecht op: http://www.shimano-bikefitting.com
<Naar boven

Pedalen en positie
Voor een racefiets zijn er vele soorten trappers mogelijk. De grootste afrader zijn de ‘gewone’ trappers. Met andere woorden de trappers die op de stadsfiets zitten. De trappers op de racefiets moeten speciale zijn, aangezien je op de racefiets vast zit. Dat is zodat er met extra vermogen getrapt kan worden. De schoen glijdt niet van de trapper af, waardoor daar geen verloren kracht zit. Daar komt bij dat je, als je vast zit, je ook aan je pedalen kan trekken. Zo kan je meer vermogen leveren in één omwenteling. Als je niet vast zit is dat niet mogelijk aangezien de voeten dan los komt van de pedalen. Een mooie omwenteling maak je door de voet die bovenaan staat naar beneden te duwen, (zoals het gewone fietsen) en met de andere voet, die beneden staat, trek je de pedaal omhoog. In één beweging duwt de ene voet, en trekt de andere voet.

Ook de pedalen  van een racefiets zijn er in verschillende soorten. Zo zijn er de klassieke plaatjes, en de zogenaamde spd pedalen. Het verschil tussen de twee pedalen zijn niet zo groot.
De spd pedalen worden vooral op de mountainbike gebruikt. Er komt namelijk bijna geen vuil in waardoor het in en uitklikken altijd kan. Daarnaast slijten de spd plaatjes veel minder. Dat maakt het ook makkelijker om mee te lopen. Het nadeel is alleen dat lopen met spd plaatjes veel lawaai maakt en dat het op de weg wat moeilijker inklikken is.

Daarnaast is het gripgevoel minder bij spd pedalen. Voor mensen die de bossen in gaan en veel lopen raden wij de spd pedalen aan.
De klassieke pedalen komen met name op de weg voor. Door de grootte van het pedaal is het makkelijker om in te klikken. Het gevoel van grip is ook groter. Voor de fietsers op de weg is het fijner. Het nadeel is dat het inklikken erg lastig wordt als er vuil in het plaatje komt. Gelukkig heeft een fietser die enkel op de weg rijdt daar zo goed als geen last van. Een ander nadeel is dat een klassiek plaatje vaker moet worden vervangen doordat het sneller slijt.

Als u dan een pedaalkeus hebt gemaakt, kunt u zich weer in het volgende probleem verdiepen. De plaatsjes hebben namelijk ook een eigen draaihoek. Dat wil zeggen dat u kunt kiezen of u uw voet veel-, redelijk-, of niet kunt bewegen op het pedaal. De voorkeur is per persoon verschillend. De een zit graag helemaal vast, terwijl de ander graag de voet een beetje vrij houdt. Wij raden aan om de beginnen met een middelmaat. Daarmee bedoelen wij een plaatje dat niet helemaal vast zit en ook niet extreem los. Op deze manier kunt u voor uzelf een aantal keer uitproberen hoe u het liefste rijd. Als u een plaatje monteert op uw schoen, (met name bij de vaste plaatjes) let er dan wel op dat u dat doet, zodat uw knie een natuurlijke beweging kan maken bij het trappen. Als het plaatje verkeerd is gemonteerd kunt u uw knie blesseren.
De juiste plek om een plaatje vast te maken aan uw schoen is bij de bal van uw voet. Doordat een wielren schoen een harde onderkant heeft, is dat moeilijk te bepalen waar dat is. Zeker als u voor de eerste keer een plaatje erop zet. Wat u dan doet is een klein stukje fietsen en kijken het drukpunt op de bal van uw voet is. Als dat zo is moet het plaatje op die positie blijven. Waar u vervolgens naar kijkt is of de punt van de schoen goed naar voren wijst. Bij het trappen moet u erop letten dat uw knie een natuurlijke trapbeweging maakt. Dit voelt u snel genoeg aan. Als u last krijgt van uw knie, moet u het plaatje wellicht een tikkeltje naar links of rechts schuiven.
<Naar boven

Bandenkeus
Een racefietser kan een overweging maken tussen twee type banden. Namelijk de draadbanden en de tubes. De draadbanden worden het meest gebruikt. Bij een lekke band is het een stuk makkelijker om deze te vervangen. Een tube daarentegen, is niet zomaar te vervangen. Een tube heeft namelijk een ingenaaide binnenband. Als je een lekke tube hebt, moet die helemaal vervangen worden. Dat kan al snel 50 euro kosten. Het voordeel is dan wel dat het lekrijden op een tube minder vaak voorkomt.
De banden zijn variërend tussen de 22mm en de 28mm. Dit is de dikte van de band. De racebanden zijn veel smaller als een gewone fietsband. Dit heeft vooral te maken met de rolweerstand. Hoe dunner de band, hoe minder rolweerstand.Een band die goed is opgepompt scheelt ook in de rolweerstand. Het aantal Bar (druk) dat er in de band gaat is afhankelijk van de banden die om de wielen heen zitten. Het maximale aantal staat altijd aangegeven.Wij raden aan de banden niet tot het maximale op te pompen, maar iets eronder. Bij een band die maximaal 8.5 Bar mag hebben, raden wij aan om er tussen de 7.5 en 8 in te doen.
Over het algemeen rijden de racefietsen rond op 28” wielen. Er is dan weer keus uit hoge velgen of lage velgen. Ook kunt u kiezen uit 32 spaken of 16 spaken. Er is veel mogelijk. De ervaren fietsers zie je vaak rondrijden op wielen met hoge velgen en weinig spaken. Dit zijn dan ook de dure modellen. Voor de beginnende fietser raden wij gewone 28” wielen met lage velgen en 32 spaken..Dit zijn de standaard modellen die heel goed ronddraaien. Mocht u na een tijdje toe zijn aan meer kunt u altijd nog een ander model uitzoeken.
<Naar boven

Versnellingen
De racefiets is voor de echte sportievelingen. De racefiets is verkrijgbaar met een tripple voorblad of met een dubbel voorblad. De huurfietsen van Cycletours hebben een tripple voorblad. Hiermee is geen enkele berg onoverwinnelijk! De bladen die op onze racefietsen zijn gemonteerd zijn: 52-39-30. Dit zijn ook de voorbladen die over het algemeen in de winkel worden verkocht. Het buitenblad is voor de afdaling en de hoge snelheden op het vlakke. Het middelste blad komt goed van pas bij een aangenaam tempo op het vlakke of in het midden gebergte. En de tripple kan goed van pas komen bij de hele steile beklimmingen of in het hooggebergte. Zo kunt u altijd met souplesse omhoog rijden. De cassette van de racefiets bestaat uit: 12-13-14-15-16-17-19-21-24-27. De 12 kan goed gebruikt worden om de hoge snelheden in de afdaling bij te trappen. De 27 kan goed van pas komen als u na een aantal kilometer klimmen een bordje met 15% tegen komt. In plaats van achteruit te rollen kunt u nog altijd vertrouwen op de 27 en het tempo weer omhoog halen. Denk er wel om dat u ervoor zorgt dat de ketting nooit extreem schuin staat. Als de ketting te schuin staat slijt deze heel erg en zou die zelfs kunnen breken. In het onderstaande plaatje is te zien wat verantwoord is.
Er zijn drie schakelsystemen voor op de racefiets. Dit zijn Shimano, Sram en Campagnolo. Ieder merk heeft dan weer verschillende soorten schakelsystemen. De drie merken schakelen allemaal op hun eigen manier. Shimano heeft het schakel systeem volledig in de remmen. Om de achterderailleur te bedienen, dien je de rechter remhendel naar links te duwen. Zo schakel je een tand lichter (naar een groter tandwiel). Om zwaarder te schakelen (naar een kleiner tandwiel) dient u het kleine hendeltje achter de rem naar links te duwen.Bij de voorderailleur werkt het precies andersom. Hiervoor gebruik je dan ook de linker remhendel. Als je die naar rechts klikt, schakel je naar een zwaarder blad.(een groter blad) Om naar een lichtere versnelling (klein blad) te schakelen, moet je het hendeltje achter de rem naar rechts duwen.Sram is een nieuw schakelsysteem. En als je andere systemen gewend bent is het voor sommige wel even wennen. Sram heeft namelijk bij beide remgrepen (net als Shimano) een hendeltje achter de rem. Anders als bij Shimano, beweegt de rem zelf niet.Om achter zwaarder te schakelen met Sram, klik je, aan de rechter kan, één keer naar links. Om achter lichter te schakelen klik je op het zelfde hendeltje maar dan door. Je klikt het hendeltje als het ware door de zware versnelling heen. Om zwaarder te schakelen heeft de hendel een soort halte, als je lichter wilt klik je verder (in een keer) en dan schakel je lichter. Het mooie is dat het in één vloeiende beweging gaat. Als je lichter wilt, schakelt hij niet eerst zwaarder en dan lichter.
Ook bij de voorderailleur werkt het zo, maar ook andersom. Bij de linkhendel achter de rem, één keer klikken om lichter te schakelen en doorklikken om zwaarder te schakelen.Campagnolo heeft op haar beurt weer een andere manier om te schakelen. Ook Campagnolo heeft net als Shimano en Sram een hendeltje achter de rem. Deze wordt bij de rechter remgreep gebruikt om de versnelling achter lichter te schakelen. Om zwaarder te schakelen heeft Campagnolo een knopje op de remgreep. Deze moet naar beneden geduwd worden om zwaarder te schakelen. En ook bij Campagnolo is de achterkant omgekeerd. De hendel aan de linkerrem moet naar binnen worden gedrukt om zwaarder te schakelen, en het knopje aan de remgreep moet naar beneden worden gedrukt om lichter te schakelen.Het is per persoon verschillend welk schakelsysteem prettig wordt bevonden. Vaak is het geen waar je het eerst mee geconfronteerd wordt, de prettigste. Zo heb je het immers geleerd.

Let op!
Denk er wel om dat u ervoor zorgt dat de ketting nooit extreem schuin staat. Als de ketting te schuin staat slijt deze heel erg en zou die zelfs kunnen breken.
<Naar boven

Kleding
Wat is een goede kledingset? De kenmerken van een goede kledingset zijn:

•     Goed vochtregulerend;
•     Goed warmteregulerend;
•     Beschermen tegen wind en regen;
•     Goede pasvorm en comfortabel zitten;
•     (Er goed uit zien).

Tegenwoordig worden de beste resultaten op deze vijf punten bereikt door toepassing van het zogenaamde 3-lagen systeem. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat alle lagen ademend en vochtregulerend zijn. De eerste laag (zweetshirt/ onderhemd), direct op de huid, moet het transpiratievocht van de huid direct afvoeren naar de tweede laag (fietsshirt) en de warmte vasthouden. De tweede laag, het fietsshirt, moet zorgen voor de juiste thermosregulatie of warmte-isolatie.Daarnaast moet het transpiratievocht aan het shirtoppervlak gemakkelijk verdampen. Een derde laag is pas nodig bij een lage temperatuur, veel wind en/of regen. De derde laag (fietsjack,  bodywarmer of vest) moet niet alleen beschermen tegen weer en wind, maar moet ook zo goed mogelijk ventileren. Als één van die lagen niet goed functioneert, dan functioneert het hele kledingsysteem niet goed! Zo wordt de ventilerende en vochtregulerende werking minimaal als een katoenen hemd als eerste laag wordt gebruikt. Maar hetzelfde geldt als de derde laag volledig dampdicht is, dan wel te weinig ventileert. Bij de keuze van een regenjack is het dus belangrijk dat dit waterdicht is en toch zo goed mogelijk ventileert/ademt. Bij de eerste laag is het belangrijk dat de stof zacht en huidvriendelijk is. Mogelijk mede door de warme zomers is de trend om mouwloze ondershirts en mouwloze fietsshirts te dragen. Nog niet alle kledingmerken leveren dergelijke modellen. Let er bij de aanschaf van een shirt, jack, vest of regenjack op dat de kraag en de ritssluiting de halshuid niet irriteren.

Fiets / wielrenbroek
De trend bij fietsbroeken is overwegend broeken met bretels. Een goede fietsbroek geeft minder kans op een geïrriteerde huid, schuurplekken of zadelpijn. Een fietsbroek moet elastisch zijn en een goede pasvorm hebben. Door de keuze van het juiste zeem kunnen zitvlakproblemen worden geminimaliseerd. Bij een zeem is het belangrijk dat de vorm en de dikte passen bij de vorm van je zadel en je zitvlak, dat het kan rekken in alle richtingen, dat het naadloos is en dat het gewicht zo goed mogelijk over het zitvlak wordt verdeeld. Natuurlijk is het ook belangrijk dat een zeem goed vocht en warmte regelt. Fietsers met een gevoelig zitvlak kunnen kiezen voor een zeem met gel. Deze gel zorgt voor een goede drukverdeling en absorbeert schokken. Een broek dient na ieder gebruik te worden gewassen met zeep, waarna goed moet worden opgelet dat het zeep ook uitgespoeld wordt. Dit kan gewoon in de wasmachine op 30 graden. Als u de broek niet goed wast, kan dat vervelende plekken opleveren op uw zitvlak. Het drogen gebeurt bij voorkeur in de droger, waardoor een zachte zeem ontstaat (net als bij de handdoeken). Indien de fietsbroek door ophanging droogt, is de zeem harder. Daarnaast kun je bij langere etappes of bij gebleken irritaties van het kruis, het zeemleer voor gebruik invetten. Dat kan gebeuren door het zeemleer te bestrooien met vette talkpoeder, waarbij moet worden opgelet dat er geen korrels worden gevormd. Bij zware lange koersen is een stevige laag speciaal broekenvet aan te raden. Vooral bij dames doen zich, door andere anatomie, nogal eens irritaties voor. Tegenwoordig zijn er gelukkig voldoende goede damesbroeken te koop die volledig aangepast zijn aan de vrouwelijke anatomie. Sommige fietsers willen nog wel eens een gewone onderbroek onder de fietsbroek dragen. Dat raden wij  af, omdat dan het voordeel van het naadloze zeemleren kruis weer teniet wordt gedaan.

Handschoenen
Wielrenners en andere sportieve fietsers dragen vaak vingerloze en in de handpalm gepolsterde handschoentjes. Afgezien van bescherming bij valpartijen is deze polstering bedoeld om zenuwprikkeling (de fietsershand) door leunen op het stuur te voorkomen. Bovendien geven deze handschoentjes bij bezwete handen een betere grip op het stuur. Het is daarom aan te raden om handschoenen te dragen.

Helm
Het dragen van een helm raden wij altijd aan! Hoewel daarbij wel een onderscheid gemaakt kan worden naar snelheid en intensiteit waarmee gefietst wordt. Voor wielrenners is het dragen van een helm eigenlijke verplichte kost, de recreatieve fietsers op een reguliere stadsfiets zal hier meer problemen mee hebben. In het buitenland, waar het verkeer vaak minder gewend is aan fietsers en fietsers dikwijls van dezelfde weg gebruikmaken als het motorverkeer, verdient het dragen van een helm zeker aanbeveling. De helm behoort een polystyreen (piepschuim) schaal te bevatten die de schedel beschermt tegen geweldsinwerking bij een val.
Vanaf niveau 4 raden wij een helm aan.

Kapotte helm na een valpartij
Geadviseerd wordt een helm eens per 3 a 5 jaar te vervangen. Door het zweten treedt er bijvoorbeeld slijtage op aan de binnenkant van de helm en door UV‐straling kan de buitenant van de helm bros worden. In principe moet iedere helm na een val vervangen worden. De kans bestaat namelijk dat er (onzichtbare) schade is ontstaan, waardoor de schokdemping niet meer voldoende is. De helm wordt vaak neergelegd op de bolle kant. Dit raden wij ook af. De helm bestaat uit allemaal kleine laagjes. Bij een valpartij komen die laagjes bij elkaar waardoor de helm tijdens de val bescherming biedt, maar na de valpartij niet meer. Althans een heel stuk minder. Het neerleggen van de helm op de bolle kant kan ertoe leiden dat de laagjes langzaam maar zeker in elkaar schuiven. Als u uw helm te vaak op de bolle kant legt zou het kunnen resulteren in een helm die minder bescherming biedt. Daarom zeggen wij: leg de helm neer, zoals u hem opzet. Bij de meeste fabrikanten kunt u voor deze helmen binnen een bepaalde termijn (meestal 3 jaar) 50% korting krijgen op een nieuw exemplaar van hetzelfde model. Bon bewaren dus.

10 aanschaftips voor het kopen van een helm:
1) Ga naar een winkel met een groot assortiment helmen die je kunt passen;
2) Neem de tijd om te passen. Stel de maat van de helm en de lengte van de riempjes in. Schud met het hoofd: de helm moet in dezelfde positie blijven. Hij mag niet te los en ook niet te strak zitten;
3) Check of de stelriempjes goed op de ingestelde stand blijven zitten (ook wanneer je de helm een paar keer op en af doet);
4) Zet de helm horizontaal op het hoofd (niet naar voren of ver naar achteren). De riempjes moeten zo afgesteld worden dat ze de oren helemaal vrij laten;
5) Draagt u een bril of racebril, houd die dan op tijdens het passen;
6) De sluiting (onder de kin) moet je makkelijk met één hand kunnen openen en sluiten;
7) De sluiting mag niet openschieten als je aan beide riempjes trekt;
8) Als je een helm koopt binnen de EU, moet erop staan dat hij voldoet aan de norm EN 1078;
9) Helmen met de bekleding in de buitenschaal gegoten (‘in‐mold’) genieten de voorkeur boven
helmen met binnen‐ en buitenkant apart geproduceerd en aan elkaar gelijmd;

10) Een helm met een heldere kleur en reflecterende strips valt goed op in het verkeer.
<Naar boven

Stuur vasthouden
Een stuur van een racefiets ziet er heel anders uit dan het stuur van een gewone fiets. Een race stuur heeft namelijk een beugel. De remmen zitten ook op een andere plek. Aangezien een racestuur heel anders is, moet deze ook heel anders vastgepakt worden.

Een racestuur kan in principe op drie plaatsen worden vastgepakt:
1. De handen op het stuur, ofwel in dezelfde positie als op een gewone fiets. De positie waar stuur wordt beetgepakt, is afhankelijk van de situatie. In een normale neutrale situatie is de handen op het stuur is vooral prettig als u rustig aan het fietsen bent in een rustige omgeving. Daarnaast wordt bij het zittend klimmen deze positie ook vaak aangenomen. Dit is namelijk de meest ontspannen houding.

2. De handen op de remgrepen 
Bij een wat hogere snelheid en drukte op de weg worden de remgrepen vastgepakt. Dit is veiliger aangezien de remmen dan snel gebruikt kunnen worden. Komt bij dat deze houding wat aerodynamisch is. De remgrepen worden ook gebruikt tijdens het staan op een klim. Dit is de meest effectieve manier om goed, staand, omhoog te rijden.


3. De handen in de beugels 
Als het tempo erg hoog is of u zit in een afdaling, zijn de beugels de beste optie. In de beugels zit u diep. Dat wil zeggen dicht tegen uw fiets aan. Zo rijdt u aerodynamisch en kunt u harder rijden. Dat zelfde geldt in de afdaling. In de beugels kunt u nog harder remmen en zijn de bochten ook makkelijker te maken op hoge snelheid.

Schakelen
Het schakelen gebeurt ook op het stuur. Op deze manier kan het schakelen op een snelle manier gebeuren. Maar dat het zo makkelijk gaat betekent niet dat er zomaar altijd geschakeld moet worden. De ketting krijgt het anders namelijk zwaar te verduren. Als veel kracht op te trappers staat, maar de omwentelingen die u draait zijn heel erg laag, moet u oppassen met het schakelen. U kunt zo namelijk uw ketting breken. Als u op een steile klim staat, kunt u het beste voor de klim al een beetje terugschakelen. Als u op de klim zelf nog te zwaar staat, moet u eerst achter wat lichter schakelen. Als u dan weer een hoger beentempo hebt, kunt u het voorblad gaan schakelen.
Het schakelen moet u doen als u vindt dat het beentempo niet goed is, of als u vindt dat u te veel kracht moet zetten om vooruit te komen. Tijdens het fietsen moet u proberen zo min mogelijk te schakelen. Al die wisselingen in het beentempo kunt u verderop in de rit gaan voelen als verzuring.
Als u voor een stoplicht komt te staan, is het verstandig om voordat u stil staat een lichtere versnelling te schakelen. Zo komt u weer makkelijker op gang als u weer weggaat.

Let op!
U moet nooit schakelen als de ketting niet draait. Als de ketting niet draait kan er ook niet naar een andere versnelling geschakeld worden. Om defect materiaal te voorkomen moet u dus alleen schakelen als u aan het rijden bent. En bij een laag beentempo nooit meer dan een tandje per keer.
<Naar boven

Houding op de fiets
Op het vlakke
Als het hard waait, kunt u, als u in een groep rijdt, elkaar het beste helpen. Helpen doe je door elkaar uit de wind te houden. Dit wil weggen dat er één voorop rijd en de rest in het wiel. Als dit goed wordt uitgevoerd, heeft slechts de persoon die op voorop rijdt last van de wind. De rest rijdt vrijwel windvrij achter elkaar aan. Maar in de wind rijden kost natuurlijk veel kracht, daarom wissel je elkaar af om de ander ook wat rust te gunnen.
Het is afhankelijk van de wind hoe er gereden wordt. Als de wind recht van voren komt, rijdt de groep in een rechte lijn achter elkaar. De persoon gaat, als deze niet meer voorop wilt rijden, een beetje naar links en sluit achteraan de groep weer aan. Als de wind recht van voren staat,  moet u dus achter elkaar aan rijden. De voorste vangt de wind op waardoor de windstroom om de andere fietsers heen gaat. Als de wind van de zijkant komt, moet u schuin achter elkaar rijden. Net als bij de andere vorm, vangt de voorste alle wind op. Omdat de wind van de zijkant komt, heeft het geen zin om achter elkaar te rijden. U moet juist zo rijden, dat de wind u niet kan raken. En in het geval van zijwind, moet u dus ook aan de zijkant van uw voorganger. Maar wel aan de andere kant dan de wind.Als de persoon die voorop rijd zich terug laat zakken naar de achterste positie, moet deze opletten aan welke kant de rest van de groep zit. Als de persoon erachter aan de linker kant rijdt, moet de voorste aan der rechter kant van kop af. Anders is het gevaarlijk. Schuin achter elkaar rijden heet in de wielerwereld een ‘waaier’. Bij een waaier op de openbare weg moet u extra goed letten op de andere weggebruikers. Het kan zo zijn dat u achterop komend verkeer tegenhoudt. Of als de waaier groot is, kunt u zelfs voor tegenop komend verkeer een belemmering zijn. Wijk daarom nooit af van uw rijbaan! En u moet elkaar goed waarschuwen. Als er verkeer van achterop komt, geeft de achterste duidelijk aan dat er iets komt, zodat iedereen veilig en rustig aan de kant kan. Waaiers maakt u niet op een drukke weg, of op een onoverzichtelijke weg.

In een klim
Blijft u zitten of staan, rijdt u met een hoge of lage trapfrequentie omhoog? Allemaal factoren die van invloed zijn op uw lichaamshouding op de fiets tijdens het klimmen. Het is vanzelfsprekend dat wanneer uw ontspannen op de fiets zit, een klim minder energie kost. In theorie klinkt het aardig, maar in de praktijk kan het nog wel eens tegen vallen. Uit ervaring kunnen wij vanuit Cycletours u wel vertellen dat zitten tijdens het klimmen het meest efficiënt is. Staand kunt u misschien wel een hoger vermogen leveren, maar dat kost wel meer energie. Hierdoor is het minder lang vol te houden en is het veel moeilijker om een relatief hoge trapfrequentie aan te houden. Wel is het verstandig om af en toe even te gaan staan. Hierdoor worden de beenspieren op een andere manier gebruikt en kan de rug gestrekt worden. Staand klimmen kan bijvoorbeeld op een kort en erg steil stuk prettig zijn. Het is beter om de fiets heen en weer te laten zwiepen dan om uw bovenlichaam heen en weer te bewegen, want dat kost meer energie.
Er zijn bij een beklimming veel dingen waarmee je jezelf bezig moet houden. Denk bijvoorbeeld aan de ademhaling, versnelling, trapfrequentie en hartslag. Maar naast dat allemaal is de manier waarop je op de fiets zit ook erg belangrijk. Er is namelijk veel verschil in een fietser die alleen de benen beweegt en een fietser die het hele lichaam gebruikt om de top te halen. De manier waarop gefietst wordt, is per persoon verschillend. Iemand die veel kracht in de benen heeft gebruikt het hele lichaam om de kracht eruit te laten. Het bovenlichaam gaat dan van links naar rechts.
Wij raden aan om niet op deze manier te fietsen. Er wordt namelijk onnodig met de krachten gesmeten. Iemand die stil op de fiets zit en alleen de benen laat draaien, zit veel ontspanner op de fiets. Zeker op een lange klim kan dit in het voordeel werken. Het vele bewegen op de fiets wordt vaak vooral veroorzaakt door een te zware versnelling. Als er een lichter verzet gedraaid wordt, is er minder kracht nodig om de pedalen rond te krijgen waardoor het lichaam niet heen en weer gaat. Als het lichte verzet eenmaal is gekozen, is het volgende punt hoe je, je armen neerzet. Meestal worden de handen op het stuur gezet of op de remgrepen. Om het bovenlichaam stil te houden moet het stuur goed vastgepakt worden (zonder kracht). Als u dan nog uw bovenlichaam heen en weer schut, kunt u ook nog de buikspieren aanspannen. Zo staat uw bovenlichaam stil. Dit kost wel wat meer moeite. Waar u dus goed op moet letten, is dat de benen het werk doen.

Ademhaling
Tijdens een inspanning gaat de hartslag omhoog en verandert uw ademhaling. Dit heeft te maken met het stijgingspercentage, tegenwind, warmte en meer. Wanneer u uw ademhaling goed onder controle houdt zult u merken dat het minder energie kost om een klim de baas te zijn. Een goede ademhaling zorgt ook voor een ontspanning in het lichaam en dus minder energie verlies. Tijdens een lange klim zult u merken dat er een ritme ontstaat tussen uw cadans, zithouding en ademhaling. Het is niet gek dat je erg moet hijgen. Veel mensen proberen het zware ademhalen in te houden omdat ze denken dat anderen dan denken dat ze moe zijn. Dit is een grote fout die gemaakt wordt. Door vrij te hijgen krijg je goed zuurstof binnen en kun je het klimmen veel langer volhouden. Door het hijgen te verbergen krijgt het bloed minder zuurstof waardoor het alleen maar slechter gaat.

Afdaling
What goes up, must come down. Met andere woorden: na een klim volgt altijd een afdaling. Net als klimmen, zijn wij ook afdalen niet gewend in Nederland. Veiligheid speelt een belangrijke rol. Ons eerste advies luidt dan ook: komt u uitgeput op de top aan, ga dan niet direct naar beneden, kom eerst op adem en op krachten. 
Om goed een afdaling naar beneden te komen is uw lichaamshouding tijdens het afdalen erg belangrijk. Het is namelijk uiterst belangrijk dat uw hele lichaam zo ontspannen mogelijk is, ga niet verkrampt op uw fiets zitten. Schakel op een zwaar verzet, houd uw handen bij de remmen, breng uw ellebogen dicht tegen uw lichaam en houdt beide pedalen half hoog. Door een ontspannen lichaamshouding zult u ook eerder kunnen anticiperen op onverwachte auto’s, bochten…etc. Daarnaast zult u ook merken dat u het afdalen langer vol houdt.Probeer in de bocht ook uw bovenste been in de bocht te drukken. Door niet naar de weg onder u te kijken maar naar het einde van de bocht, kunt u beter een ideale lijn maken. Sturen doet u dus niet alleen met uw stuur, maar met het hele lichaam.Bij een afdaling, met veel bochten, zijn uw remmen uw beste vriend. Voor het remmen in een afdaling zijn er een aantal aandachtspunten om rekening mee te houden. Rem nooit te abrupt, hierdoor kunnen de wielen blokkeren met als gevolg dat u valt. Rem nooit in een bocht, dit betekent dat u te hard de bocht in bent gegaan en de kans bestaat dat hierdoor u voorwiel weg glijd en u op het asfalt beland. Wanneer u een bocht nadert probeer dan vóór de bocht voldoende te remmen, zodat u in de bocht de remmen niet meer hoeft aan te raken. Als u remt houd er dan rekening mee dat u met zowel de voor- als achterrem remt. Probeer dit niet continu te doen. Als u continu op de rem zit, verslijten uw remmen heel snel door de hitte. U kunt zo ook uw velg beschadigen. U kunt proberen om afwisselend te remmen. Bijvoorbeeld twee seconden met de voorrem, twee sec met de achter rem, twee seconden met de voorrem enzovoorts. Een andere manier is om beide remmen tegelijk te gebruiken, maar dan dempend. Dat wilt zeggen dat u ongeveer drie seconden met beide remmen remt en dan 2 seconden niet. Zo voorkomt u smeltende remmen en beschadigde velgen. Houd er rekening mee dat er bij een nat wegdek de remweg veel langer wordt. Het is dus zaak om eerder te beginnen met remmen. Bij een nat wegdek is het ook belangrijk dat u het remmen in de bocht probeert te vermijden. Remmen in de bocht wordt al afgeraden, maar als het nat is, wordt het extra gevaarlijk. Houd uw snelheid dus goed in de gaten.

Haarspeldbochten
Tijdens een afdaling als in de Alpen, zou het kunnen voorkomen dat u een aantal haarspeldbochten tegen komt. Over het algemeen zal de weg waarop u rijdt ook toegankelijk zijn voor ander verkeer en moet u hier ook rekening mee houden. Blijf dus absoluut op uw eigen weghelft en zorg dat u altijd een veiligheidsmarge inbouwt bij het ingaan van een bocht. Op het plaatje hieronder is een bovenaanzicht gemaakt voor het aansnijden van een bocht.

Voordat u de bocht in gaat blijf dan op het midden van uw eigen weghelft fietsen. Hierdoor zorgt u ervoor dat u niet ingehaald wordt door ander verkeer en kunt u met het ingaan van de bocht de ruimte gebruiken om naar de binnenkant van de bocht te sturen. Voor het ingaan van de bocht is het belangrijk om alvast goed door de bocht heen te kijken om niet verast te worden door onverwachte obstakels, zoals grind of stilstaand verkeer. Probeer bij het insturen van de bocht om naar de binnenkant toe te sturen. Hierdoor houdt u de ideale lijn aan, dit is van belang om goed de bocht uit te komen. Net als bij het benaderen van de bocht is het belangrijk om door de bocht te blijven kijken. Bij het uitkomen van de bocht is het erg belangrijk om te kijken waar u naar toe wilt. Dit gaat vanzelf als u van tevoren goed de bocht hebt ingeschat. Mocht u, door wat voor reden dan ook, op de andere weghelft terecht komen, probeer dan nog scherper door de bocht heen te kijken en door lichtjes te remmen de snelheid eruit te halen. Let u wel op dat u in de bocht niet met uw voorrem remt. Als u in de bocht met uw voorrem remt, riskeert u dat uw voorwiel wegglijdt. Dit zal u niet gebeuren als u voordat u de bocht ingaat voldoende heeft afgeremd en goed door de bocht heeft gekeken om te kijken hoe scherp de bocht is. Voor de zekerheid kunt u uzelf breed maken voor de bocht. Door de benen en armen wijd te houden en rechtop te gaan zitten haalt u zonder te remmen de snelheid er ook een beetje uit.
<Naar boven

Trapfrequentie
Het verzet is in veel opzichten belangrijk om rekening mee te houden tijdens het fietsen. Het juiste verzet is per persoon verschillend. De een rijdt graag met een zwaar verzet omhoog, terwijl een ander dan weer liever een heel licht verzet draait. Wij kunnen niet zeggen of zwaar goed is of licht, maar wij kunnen wel adviezen geven.
Een ervaren klimmer weet vaak wel wat voor een versnelling gekozen moet worden om omhoog te rijden. Zij hebben kunnen ervaren hoe het is om te zwaar te rijden en hoe het is om te licht te rijden. Uiteindelijk komen ze dan uit op een versnelling die bij de persoon past. De onervaren klimmers hebben nog niet kunnen aanvoelen met welk verzet ze omhoog moeten. Als u op het vlakke vaak op een zwaar verzet rijdt, zal u omhoog hoogstwaarschijnlijk ook voor een zware versnelling kiezen. Wij raden echter aan om niet een te zwaar verzet te kiezen, zelfs als u dat op het vlakke wel gewend bent. Een klim is namelijk heel anders. Een te zware versnelling kan u snel opbreken. Zeker op een lange klim.
Wij raden fietsers die nog niet helemaal weten wat voor een versnelling ze moeten rijden aan, om met een trapfrequentie te rijden van tussen de 60 en 80 omwentelingen per minuut.
Op het vlakke adviseren wij u om de trapfrequentie boven de 90 te houden. Een lichte versnelling is het beste als u een lange rit wilt volhouden. Daarnaast kunt u de volgende dagen ook beter aan.

<Naar boven

In een groep fietsen
Als u gewoon in een groep op de weg rijdt, rijdt u maximaal met 2 personen naast elkaar. Anders kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan. Op een grote weg is het zelfs beter om helemaal niet naast elkaar te fietsen. Het vele autoverkeer maakt het zij aan zij fietsen erg riskant. Daar komt bij dat in het buitenland de meeste automobilisten daar niet van gediend zijn. Denk daarom aan uw veiligheid.
Maar u zult vaak genoeg op mooie rustige wegen terecht komen. De grote drukke wegen worden door ons namelijk zo veel mogelijk vermeden. Op deze manier is het mogelijk om te genieten van de omgeving zonder dat u al te veel rekening hoeft te houden met het verkeer.
<Naar boven

Gezondheid
Eten en drinken
Tijdens het fietsen moet je natuurlijk ook voeding voor onderweg hebben. Een rit van 4 uur hou je niet vol op een boterham met pindakaas. En zeker niet in de bergen. Daarom is het belangrijk dat er voeding mee op stap gaat.Wij adviseren u om uiterlijk om het uur iets te eten. Drinken moet u vaker doen. Een flinke slok adviseren wij om de 10 minuten.

Energie repen: Energierepen komen altijd van pas. Ze zijn er in verschillende smaken. Een reep zit goed in de hand en is makkelijk mee te nemen. Daarnaast is het makkelijk op te eten op de fiets. En niet het minst belangrijke, het zorgt ervoor dat je energie krijgt voor de aankomende kilometers.


Als u gewoon in een groep op de weg rijdt, rijdt u maximaal met 2 personen naast elkaar. Anders kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan. Op een grote weg is het zelfs beter om helemaal niet naast elkaar te fietsen. Het vele autoverkeer maakt het zij aan zij fietsen erg riskant. Daar komt bij dat in het buitenland de meeste automobilisten daar niet van gediend zijn. Denk daarom aan uw veiligheid.
Maar u zult vaak genoeg op mooie rustige wegen terecht komen. De grote drukke wegen worden door ons namelijk zo veel mogelijk vermeden. Op deze manier is het mogelijk om te genieten van de omgeving zonder dat u al te veel rekening hoeft te houden met het verkeer.
<Naar boven

Gezondheid
Eten en drinken
Tijdens het fietsen moet je natuurlijk ook voeding voor onderweg hebben. Een rit van 4 uur hou je niet vol op een boterham met pindakaas. En zeker niet in de bergen. Daarom is het belangrijk dat er voeding mee op stap gaat.Wij adviseren u om uiterlijk om het uur iets te eten. Drinken moet u vaker doen. Een flinke slok adviseren wij om de 10 minuten.

Energie repen: Energierepen komen altijd van pas. Ze zijn er in verschillende smaken. Een reep zit goed in de hand en is makkelijk mee te nemen. Daarnaast is het makkelijk op te eten op de fiets. En niet het minst belangrijke, het zorgt ervoor dat je energie krijgt voor de aankomende kilometers.

Banaan: Een banaan is net als een reep makkelijk mee te nemen. Een banaan is puur fruit en is daarom erg verstandig om mee te nemen. Daarnaast bevat een banaan aardig wat koolhydraten, vitaminen en mineralen.

Gel: Een gel bevat heel erg veel koolhydraten en vitamine C, E en B1. Hierdoor ben je snel weer aangevuld. In 2 á 3 flinke slokken heb je alles al binnen gekregen. Het beste is om na het innemen van een gel veel water te drinken. Een halve bidon is niet weinig. Door veel water te drinken wordt de gel goed opgenomen in het lichaam en voorkom je kramp. Sommige gelletjes zijn anti kramp, maar ook dan adviseren wij alsnog een flinke dosis water te nemen.

Ontbijtkoek: Een ontbijtkoek bevat heel erg veel Koolhydraten en die zijn hard nodig op de fiets. Daar komt bij dat er heel weinig vetten, eiwitten en vezels in zitten. Dit zorgt ervoor dat de maagpassage wordt vertraagt. En dat is handig als er een zware inspanning geleverd moet worden.

Energie drank: De energiedrank kan worden gebruikt als vervanger van water. Met name voor de grote inspanningen i s een energie drank aan te raden boven water. Water heeft namelijk niet het energie rijke effect dat energiedrank wel heeft. De energie drank bevat koolhydraten en vitamines.
Wij raden aan om iedere 10 minuten wat te drinken. Ideaal is het om ieder uur één bidon van 0.5 liter op te drinken. Tijdens een lange fietsrit is het niet mogelijk om 8 bidons mee te nemen. Daarom zeggen wij: als het mogelijk is, drink dan ieder uur een bidon. Als u het met minder moet doen is het geen ramp, maar drink dan ieder kwartier wat. Als u geen drinken meer heeft is er altijd wel ergens een winkeltje of benzine station waar u kunt bijvullen.

Water: Voor de wat kortere en rustige ritten kunt u water meenemen in de bidons. De extra energie die een energiedrank geeft is niet noodzakelijk bij een rustige dag. Uw lichaam vraagt er dan ook niet meteen om. Bij warm weer kunt u een snufje zout aan uw water toevoegen. Dit zorgt ervoor dat u vocht vasthoud. Hierdoor heeft u ook minder snel behoefde aan drinken. Dat neemt niet weg dat u wel op tijd en voldoende moet drinken.
Als u een smaakje prefereert, kunt u wat siroop toevoegen aan het water. Dan heeft u een lekker smaakje en een bijkomstigheid is dat er in siroop veel suiker zit.

Na en voor het fietsen
De fietsers die een lange tijd op de fiets zitten hebben een ander voedingspatroon dan de fietsers die voor een korte tijd fietsen.De lange afstandfietsers, eten zo veel mogelijk koolhydraten voordat ze weggaan. En tijdens het fietsen wordt dit bijgevuld.De avond voor een fietstocht, zijn maaltijden als: Pasta (met rode saus en kip), rijst en pannenkoeken een aanrader. Op de ochtend van de fietstocht, worden de laatste happen genomen. Havermout is een goed begin van de ochtend. Anders zijn boterhammen met jam of aardbijen stroop ook een goed ontbijt. Voor de echte fanatiekelingen is het niet heel raar om in de ochtend nog een bord pasta klaar te maken. Na een rit moeten de verloren suikers en calorieën weer bijgevuld worden. Dit kan om te beginnen met een lekker drankje. Goede hersteldrank is altijd aan te raden. Mocht u dat niet bij u hebben, is cola of chocolade melk een goede vervanger. ’s Avonds mag er ook wel een biertje of een wijntje gedronken worden. Dit kan ook bevorderlijk zijn voor het herstel. Als u maar niet te veel achterover slaat.Afhankelijk wat er de volgende dag gedaan wordt kunt u kiezen voor een fietsmaaltijd of een ‘feest’ maaltijd. Wat altijd verstandig is, is om genoeg groentes naar binnen te krijgen. Maar een lekkere vette hap op z’n tijd is ook niet verkeerd. Als u maar niet te gek doet.
<Naar boven

Rusten

Tussen het fietsen door moet u wel denken aan een beetje rust. Zo kunt u in de volgende fietstochten weer fris beginnen. Maar het is natuurlijk wel vakantie. Dat betekend dat u niet de hele dag op bed moet liggen als u niet fietst. Leuke uitstapjes maken en op de camping met anderen leuke spelletjes doen is natuurlijk niet erg. Waar u op moet letten is dat u voldoende nachtrust hebt. Als u een keer laat naar bed gaat, slaap dan wat langer uit. Zo kunt u een mooie combinatie maken van fietsen en vakantie.
Tijdens het fietsen is het soms ook fijn om even te stoppen. Even samen wat eten en drinken of van het uitzicht genieten. Misschien wilt u wel mooie foto’s maken, of bent u gewoon even aan rust toe. Stop dan wel op een veilige plek op een verantwoorde manier. Let er wel op dat u op tijd stopt. Als u pas stopt als u al helemaal bent uitgeteld, is het al te laat. Zeker als u nog niet een erg ervaren fietser bent, kunt u in het begin beter af en toe stoppen.
<Naar boven

Hartslag
De hartslag is zeer persoonlijk. Iedereen heeft namelijk een andere hartslag. Uw hartslag is afhankelijk van vele factoren. Denk bijvoorbeeld aan leeftijd, conditie, ziekte enz. Het is ook niet te zeggen dat een hartslag niet goed is. De een rijdt bij een rustig tempo met een hartslag van 110 en de ander weer met een hartslag van 160.
Het is goed om een test te laten doen. Bij zo’n test krijgt u te horen wat uw rust hartslag is en uw maximaal. En voor het fietsen heel handig, uw zones.

Uw zones worden verdeeld in 5 delen. Namelijk:
•    Herstel (om te herstellen van een eerdere fietstocht, herstel van blessure, in- uit rijden);
•    
D1 (Duurtraining, Stimuleren gebruik vetzuren in energievoorziening);
    D2 (Duurtraining, Accent gebruik koolhydraten in energievoorziening);
•    
D3 (Duurtraining, Verhogen omslagpunt);
•    
Maximaal (Lichaam leren omgaan met verzuren, vergroten buffercapaciteit).

Wat wilt dit allemaal betekenen? Deze zones bepalen of u een zware training doet, of juist een hele rustige. Voor een fietstocht kunt u voor uzelf bepalen in welke zone u wilt rijden.

De zones die uitkomen, kunnen er zo uitzien:
Herstel:            < 138
D1:                  139 – 156
D2:                  157 – 166
D3:                  167 – 175
Maximaal:        > 176

Deze getallen staan voor de hartslag. Wilt u een D1 training doen, dan zorgt u ervoor (in dit geval) dat u uw hartslag tussen de 139 en 156 zit. En wilt u een bijvoorbeeld een herstel training doen, dan houd u uw hartslag onder de 138. Dit is slechts een voorbeeld. De zones zijn per persoon verschillend. Het is wel handig om op hartslag te fietsen. Zo kunt u goed in de gaten houden hoe het met uw hartslag zit. Als uw hartslag plots omhoog schiet zonder dat daar een rede voor is, dan weet u dat u even moet rusten. Uw hartslag kan u veel vertellen over de manier waarop u moet rijden.
<Naar boven

Voorbereiding

Controleren
Voordat u weg gaat is het handig om te controleren of uw fiets wel goed werkt. Te beginnen bij de banden. U controleert eerst of de banden wel hard genoeg zijn. Dit doet u door met uw duim erop te duwen. Een zachte band zorgt voor meer weerstand en ook al lijkt het een klein beetje, het vraagt wel degelijk meer moeite om vooruit te komen.
Vervolgens kijkt u of de band nog heel is. Zitten er geen steentjes of stukjes glas vast in de band? Of zit er misschien een klein scheurtje in de band? Hier moet u allemaal op letten voor u weg gaat. Het controleren geeft tevens meer rust tijdens het fietsen. U weet nu namelijk dat alles goed zit.Als u uw band moet oppompen kijkt u aan de zijkant van uw band hoeveel luchtdruk erin kan. Bij een wielrenfiets is dat vaak ongeveer 8 Bar. Verder kijkt u naar het profiel op de banden. Dat zijn de ribbeltjes op de band..Als deze niet meer goed te zien zijn, moet de band vervangen worden. Anders heeft u geen grip meer.
Als u de vorige dag heeft gemerkt dat uw ketting een krakend geluid maakt, moet uw ketting duidelijk schoon gemaakt worden. Een ketting die kraakt vraagt om verzorging. Aller eerst maakt u de ketting helemaal schoon met een spons en wasmiddel. Nu is de ketting schoon voor het oog en schoon van vuil. Vervolgens maakt u de ketting droog met een droge doek. De ketting is nu zo goed als nieuw. Maar ook erg droog. En een droge ketting rijd ook niet optimaal. Daarom smeert u de ketting tot slot in met ketting olie. Hierdoor draait de ketting soepel rond en kunt u lekker doorfietsen. Dit doet u zo’n 2 keer per week (bij veel gebruik) en na iedere fietstocht met slecht weer. Niet onbelangrijk zijn de remblokken. Die moeten het natuurlijk ook goed doen. De remmen zijn tenslotte een van de belangrijkste onderdelen op de fiets, als het gaan om veiligheid. Maar hoe zie je dat de remblokken versleten zijn? Dat is erg simpel. Versleten remblokken kun je meestal al aanvoelen. Het is namelijk zo dat als de remblokken versleten zijn, de remgrepen verder ingedrukt kunnen worden. Dan moet u al een vermoeden beginnen te krijgen. Maar let op. Het wilt niet perse zeggen dat uw remblokken versleten zijn. Het kan namelijk ook zo zijn dat uw remkabel niet strak zit. In dat geval hoeft u deze alleen maar aan te trekken (zie vervangen).
De versleten remblokken zijn duidelijk te zien aan de remmen zelf. Remblokken hebben namelijk een soort profiel net als banden. Als dit profiel niet meer te zien is weet u dat de remblokken helemaal versleten zijn. Het is goed om uw remblokken te vervangen voordat het profiel er helemaal uit is. Zo voorkomt u dat de remblokken het begeven tijdens een rit. 
<Naar boven 

Schoonmaken
Een schone fiets gaat langer mee. Verzorg uw fiets daarom ook goed. Een fiets maakt u ongeveer 2 keer in de week schoon als u deze regelmatig gebruikt. Als u in slecht weer hebt gefietst of uw fiets is gewoon vies van gebruik moet u hem meteen na de rit schoonmaken.
Een goede schoonmaak beurt doet u met een sopje en met een droge doek. Zo haalt u het vuil weg dat op de fiets zit. Als u de vorige dag heeft gemerkt dat uw ketting een krakend geluid maakt, moet uw ketting duidelijk schoon gemaakt worden. Een ketting die kraakt vraagt om verzorging. Aller eerst maakt u de ketting helemaal schoon met een spons en wasmiddel. Nu is de ketting schoon voor het oog en schoon van vuil. Vervolgens maakt u de ketting droog met een droge doek. De ketting is nu zo goed als nieuw. Maar ook erg droog. En een droge ketting rijd ook niet optimaal. Daarom smeert u de ketting tot slot in met ketting olie. Hierdoor draait de ketting soepel rond en kunt u lekker doorfietsen. Dit doet u zo’n 2 keer per week (bij veel gebruik) en na iedere fietstocht met slecht weer.
Ook de tandwielen verdienen een schoonmaak beurt, maar ze zijn vaak wat moeilijker te bereiken. U kunt ze makkelijker schoonmaken met een borsteltje of iets dergelijks. Zo komt u ook op de moeilijk bereikbare plekken.
<Naar boven

Vervangen

Band vervangen
Het vervangen van een band gebeurd in een aantal stappen. Allereerst haalt u het wiel dat lek is uit uw fiets. Met bandenlichters haalt u de buitenband van het wiel af. De buitenband moet er niet helemaal af. De band moet er half op blijven. Op deze manier kan de binnenband eruit gehaald worden. Als de binnen band eruit is, controleert u de buitenband op steentjes of kleine stukjes glas. Dit doet u door met uw vinger door de binnenkant van de buitenband te voelen. Als dit is gecontroleerd en eventuele steentjes zijn verwijderd, kunt u een nieuwe band pakken. De nieuwe band pompt u een klein beetje op. Zo past de band makkelijker om het wiel en voorkomt u dat de band dubbelgevouwen zit. Als een band dubbel zit kunt u een klapband krijgen bij het oppompen of vrijwel meteen bij het fietsen. Als de band erop zit, moet u soms een beetje lucht eruit laten lopen, zodat u de buitenband om de binnenband kan doen. De buitenband doet u terug om het wiel heen. Het laatste stukje geeft vaak wat moeite. Als het niet lukt, moet u niet met een bandenlichter de band er terug opzetten. U kunt zo een gat in de band maken. Probeer de band met de hele hand terug te krijgen. Dit werkt meestal het beste. Als alles weer erop zit kunt u de band weer oppompen en verder gaan met uw fietstocht. Let u wel op dat u niets achterlaat, zoals bandjes of elastiekjes o.i.d.

Een band plakken
Een lekke band is vaak nog te plakken, en dus nog te gebruiken. Maar dit moet dan wel op de juiste manier gebeuren. Anders is de band nog steeds onbruikbaar.
De band moet er eerst uit gehaald worden. Pomp de band weer op. Zo kun je zien waar er lek zit. Vaak kun je horen waar t gaatje is en anders kunt u ook voelen.
Als het lek is gevonden, smeert u lijm, van een fietsplak set, over het gaatje heen. Smeer de lijm ruim uit. Vervolgens pakt u een plakkertje en die drukt u goed aan op de lijm, over het gaatje. Druk het heel goed aan. Laat de lijm even drogen en haal vervolgens de vliesjes er heel voorzichtig af. De ban is nu geplakt. Controleer wel op het plakkertje goed sluit. Één minuscule opening zorgt weer voor een lekke band.

Remblokken vervangen
Het vervangen van de remblokken is belangrijk als u veel in de bergen fietst. Als u net nieuwe remblokken op uw fiets heeft hoeft u zich geen zorgen te maken. Remblokken kunnen heel lang mee. Sommige kunnen bijna een heel jaar mee zonder vervanging bij intensief gebruik. Wees dus niet bang dat u geen remmen meer over hebt na een vakantie.
Mochten uw remblokken wel bijna aan vervanging toe zijn, dan kunt u het beste extra remblokken meenemen. Het vervangen is niet meer erg lastig. Allereerst haalt u het wiel eruit. Zo komt u makkelijker bij de rem. U schroeft de rem eraf met een inbussleutel. Het schroefje is eruit. U kunt nu de remblok eruit schuiven. De andere kant doet u op dezelfde manier. De nieuwe blokken zet u er op dezelfde manier erin maar dan de stappen omgekeerd. Eerste schuift u de remblokken in het frame. Vervolgens schroeft u deze vast. En tot slot doet u uw wiel er weer in. U moet altijd controleren of de remmen niet aanlopen. Als de remmen aanlopen, moet u de rem misschien kantelen en anders het kabeltje minder strak zetten. Dit doet u totdat u het gevoel hebt dat u weer goed kunt remmen, zonder dat u rem aanloopt.
<Naar boven

 
back box back box